Figurenreeksen en matrices zijn het non-verbale hart van elke IQ-test, en het enige onderdeel van een Mensa-toelatingstest. Ze meten abstract redeneren zonder taal of schoolkennis. De opgaven hieronder laten de regels zien waarmee figuren veranderen, en hoe je die in seconden herkent.
Laatst bijgewerkt op 4 september 2026 · Team IQ-EXAMS.COM
Hoe ingewikkeld een figurenreeks ook oogt, de verandering van figuur naar figuur volgt vrijwel altijd een of meer van deze regels:
De moeilijkheid zit erin dat een opgave meestal twee of drie regels tegelijk toepast, elk op een ander element. De vorm wisselt, terwijl de vulling volgens een ander ritme wisselt en er een stip meebeweegt. De kunst is de elementen apart te bekijken.
Een matrix is een raster van meestal 3 × 3 figuren waarvan de laatste ontbreekt. Het verschil met een reeks: de regels werken in twee richtingen. Vaak geldt één regel per rij (van links naar rechts) en een andere per kolom (van boven naar beneden). Soms is de derde figuur in elke rij een combinatie of juist een "verschil" van de eerste twee.
In tests met een hoog plafond, zoals de Mensa-stijl IQ-test, worden de regels abstracter (het aantal snijpunten van lijnen, de som van de hoeken) en tellen alleen de laatste opgaven mee voor het onderscheid tussen hoog en zeer hoog.
Kies A, B, C of D. Na je klik zie je de regel.
Ze werken volgens hetzelfde principe. De Raven Progressive Matrices zijn de bekendste matrixtest en worden gebruikt omdat ze weinig van taal en opleiding afhangen. De opgaven hier zijn eigen oefenitems in dezelfde stijl, niet de beschermde testopgaven zelf.
Omdat figuren het vloeiende, abstracte redeneren meten dat het minst wordt beïnvloed door schoolkennis en taal. Voor een vereniging die internationaal dezelfde grens hanteert, is dat de eerlijkste maat.