IQ-test oefenen

Oefenen voor een IQ-test maakt je niet slimmer, maar het zorgt wel dat je scoort op je werkelijke niveau in plaats van eronder. Hieronder vind je de vraagtypen die in vrijwel elke intelligentietest voorkomen, tien opgaven om direct te maken en de eerlijke uitleg van wat oefenen oplevert.

Laatst bijgewerkt op 4 september 2026 · Team IQ-EXAMS.COM

Wat oefenen wel en niet doet

Intelligentie is geen spier die je met een week trainen vergroot. Wat je wél kunt trainen is het herkennen van de opgave: een cijferreeks waarin de verschillen zelf een reeks vormen, een analogie waarbij het om een verhouding en niet om een betekenis gaat, een syllogisme met een verleidelijke maar ongeldige conclusie. Wie die patronen kent, hoeft ze tijdens de test niet meer te ontdekken en houdt tijd en aandacht over voor het denken zelf.

Onderzoek naar test-hertest-effecten laat consequent hetzelfde beeld zien: een tweede afname van een vergelijkbare test levert gemiddeld enkele punten winst op, vooral bij mensen die de eerste keer nog nooit zo'n test hadden gedaan, en het effect vlakt na een paar keer oefenen af. Oefenen neemt dus vooral onwennigheid weg. Reken niet op tien punten, maar ook niet op nul.

Bij de gratis IQ-test op deze site is de proefversie van acht vragen precies daarvoor bedoeld: even wennen aan de stijl, en dan de echte test van 25 vragen doen.

De zeven vraagtypen

1. Cijferreeksen

Een rij getallen waarvan je het volgende moet bepalen. De regel zit in de verschillen (steeds +3), in de verhouding (steeds ×2), in de verschillen van de verschillen, of in twee reeksen die om en om lopen. Zie de aparte pagina cijferreeksen oefenen.

2. Figurenreeksen en matrices

Een rij of een raster van figuren waarin vorm, kleur, aantal of draaiing volgens een regel veranderen. Dit is het domein waar Mensa-stijl tests bijna volledig uit bestaan, omdat het weinig van taal en opleiding afhangt. Zie figurenreeksen en matrices oefenen.

3. Analogieën

"A staat tot B zoals C staat tot …". De valkuil is dat je op betekenis zoekt in plaats van op de verhouding tussen A en B. Zie analogieën oefenen.

4. Syllogismen

Twee stellingen en een conclusie; jij bepaalt of de conclusie met zekerheid volgt. Hier gaat het niet om wat waar is in de wereld, maar om wat logisch volgt. Zie syllogismen oefenen.

5. Woordenschat en "welk woord hoort er niet bij"

Synoniemen, antoniemen en het uitsluiten van het afwijkende woord. Kennis van woorden speelt hier mee, en daarmee ook opleiding en moedertaal; daarom weegt dit deel in goede tests niet zwaarder dan de andere.

6. Rekenkundig redeneren

Korte vraagstukken over verhoudingen, percentages, snelheid en tijd. Niet het rekenen zelf is moeilijk, maar het vertalen van de tekst naar de juiste som.

7. Ruimtelijk inzicht

Figuren draaien, spiegelen, vouwen of in gedachten opbouwen. Sommige mensen doen dit moeiteloos, anderen moeten het stap voor stap uittekenen; beide manieren leiden tot het goede antwoord als je de tijd bewaakt.

Tien gemengde oefenopgaven

Klik op je antwoord; je ziet direct of het goed is en waarom. Neem er de tijd voor; het gaat om het herkennen van de aanpak, niet om snelheid.

1. Welk getal komt er als volgende? 4, 9, 16, 25, 36, …
Antwoord: 49. De reeks bestaat uit kwadraten: 2², 3², 4², 5², 6². Het volgende is 7² = 49.
2. Hand staat tot handschoen zoals voet staat tot …
Antwoord: schoen. Een handschoen omhult de hand zoals een schoen de voet omhult. Een sok doet dat ook, maar de analogie vraagt om het directe equivalent van het beschermende kledingstuk; in de meeste tests is "schoen" het bedoelde antwoord en staat "sok" er als afleider.
3. Alle bevers bouwen dammen. Sommige dieren die dammen bouwen leven in Nederland. Welke conclusie is zeker juist?
Antwoord: Geen van beide conclusies is zeker. Dat sommige dammenbouwers in Nederland leven, zegt niet dat dit bevers zijn; het kunnen andere dammenbouwers zijn. Uit de twee stellingen volgt over bevers in Nederland niets met zekerheid.
4. Welk woord hoort er niet bij?
Antwoord: trompet. Viool, cello en contrabas zijn strijkinstrumenten; de trompet is een koperblaasinstrument.
5. Welke letter komt er als volgende? A, C, F, J, O, …
Antwoord: U. De stappen worden steeds één groter: +2, +3, +4, +5, dus nu +6. O is de 15e letter; 15 + 6 = 21 = U.
6. Een winkel verlaagt een prijs van € 80 met 25% en verhoogt de nieuwe prijs daarna met 25%. Wat is de eindprijs?
Antwoord: € 75. € 80 − 25% = € 60. € 60 + 25% = € 75. Een procentuele verlaging en verhoging heffen elkaar niet op, omdat ze over verschillende bedragen gaan.
7. Welk getal ontbreekt? 7, 10, 8, 11, 9, 12, …
Antwoord: 10. Twee reeksen door elkaar: 7, 8, 9, 10 (steeds +1) en 10, 11, 12. Na de 12 volgt de eerste reeks: 10.
8. Kies het woord dat het dichtst in betekenis ligt bij "nauwgezet".
Antwoord: zorgvuldig. Nauwgezet betekent precies en zorgvuldig te werk gaand.
9. Vandaag is het woensdag. Welke dag is het over 100 dagen?
Antwoord: vrijdag. 100 = 14 × 7 + 2. Na 98 dagen is het weer woensdag; twee dagen later is het vrijdag.
10. Je kijkt van bovenaf op een kubus waarvan de bovenkant rood is en de zijkanten blauw. Je draait de kubus een kwartslag om een horizontale as naar je toe. Welke kleur zie je nu van bovenaf?
Antwoord: blauw. Bij een kwartslag om een horizontale as komt een van de zijvlakken boven te liggen. Alle zijvlakken zijn blauw, dus je ziet blauw.

Zo bereid je je voor op een echte test

  • Oefen elk vraagtype apart tot je het patroon direct herkent, en maak daarna gemengde sets, zoals hierboven.
  • Werk met een klok. De meeste tests geven ongeveer een minuut per vraag. Leer wanneer je een vraag moet laten liggen en verderop terug te komen.
  • Lees de vraag helemaal. Een verrassend groot deel van de fouten in IQ-tests komt niet door te weinig inzicht, maar door een half gelezen opdracht.
  • Raad niet blind, maar sluit uit. Bij vier opties zijn er meestal twee die je snel kunt schrappen; dan is een beredeneerde gok beter dan een lege plek.
  • Doe de test uitgerust. Slaap, rust en een rustige omgeving doen meer voor je score dan de laatste oefensessie.

Veelgestelde vragen

Ja, in de zin dat je de vraagtypen leert herkennen en daardoor minder tijd verliest. Het effect is doorgaans enkele punten en vlakt na een paar oefensessies af. Je onderliggende intelligentie verandert er niet door.

Een paar sessies van een half uur, verspreid over een week, zijn voor de meeste mensen genoeg om alle vraagtypen te herkennen. Meer oefenen levert daarna nauwelijks nog winst op.

Nee. De opgaven op deze pagina zijn aparte oefenitems in dezelfde stijl. De vragen in de gratis IQ-test zelf komen hier niet voor, zodat je score niet vertekend raakt door herkenning.

Benieuwd naar je eigen IQ?

Doe de gratis IQ-test van 25 vragen en zie direct je uitslag over vijf domeinen

Naar de gratis IQ-test
✓ Gratis✓ Zonder account✓ In het Nederlands

Lees ook

Gerelateerd lezen & vergelijkingen

WAIS vergeleken met andere tests

Wat elke IQ-score werkelijk betekent

Meer informatie