Analogieën oefenen

"Vogel staat tot nest zoals bij staat tot …" Analogieën meten of je een verhouding tussen twee begrippen kunt herkennen en toepassen. Ze zien er makkelijk uit, maar de afleiders zijn precies gekozen op de fout die de meeste mensen maken: zoeken op betekenis in plaats van op verhouding.

Laatst bijgewerkt op 4 september 2026 · Team IQ-EXAMS.COM

Hoe een analogie werkt

Een analogie heeft de vorm A : B = C : ?. De opgave is niet om een woord te vinden dat bij C past, maar om de verhouding tussen A en B te bepalen en daarna een D te kiezen dat in dezelfde verhouding tot C staat. Wie bij "bij staat tot …" direct aan honing denkt, zoekt op associatie; wie eerst vaststelt dat een nest de woning van een vogel is, komt op korf.

De verhoudingen die je in tests tegenkomt, zijn beperkt in aantal:

VerhoudingVoorbeeld
Deel – geheelbladzijde : boek = toets : piano
Maker – productbakker : brood = dichter : gedicht
Gereedschap – gebruikerpenseel : schilder = beitel : beeldhouwer
Functie of doelmes : snijden = zaag : zagen
Gradatiewarm : heet = koel : koud
Tegenstellingmoedig : laf = gul : gierig
Categorie – lidzoogdier : hond = insect : mier
Ontwikkeling of oorzaakrups : vlinder = zaad : plant

De aanpak

  1. Formuleer de verhouding in een zin voordat je naar de opties kijkt: "een nest is waar een vogel woont".
  2. Vul C in dezelfde zin in: "een … is waar een bij woont". Het antwoord volgt dan vanzelf.
  3. Controleer de richting. "Maand : jaar" is deel-van-geheel; "dag : uur" is geheel-van-deel en dus fout, ook al lijken de woorden bij elkaar te horen.
  4. Wantrouw het woord dat het sterkst met C associeert. Dat is bijna altijd de afleider.

Twaalf oefenopgaven

1. Vogel staat tot nest zoals bij staat tot …
Antwoord: korf. Een nest is de verblijfplaats van een vogel; een korf die van een bij. Honing en bloem horen bij bijen, maar drukken een andere verhouding uit.
2. Arts staat tot patiënt zoals advocaat staat tot …
Antwoord: cliënt. Een arts helpt een patiënt; een advocaat helpt een cliënt. De verhouding is dienstverlener–afnemer.
3. Warm staat tot heet zoals koel staat tot …
Antwoord: koud. Heet is een sterkere graad van warm; koud is een sterkere graad van koel. De verhouding is gradatie.
4. Schilder staat tot penseel zoals beeldhouwer staat tot …
Antwoord: beitel. Het gereedschap: een schilder werkt met een penseel, een beeldhouwer met een beitel. Marmer is materiaal, een standbeeld het product.
5. Woord staat tot zin zoals noot staat tot …
Antwoord: melodie. Woorden vormen samen een zin; noten vormen samen een melodie. Deel–geheel.
6. Brood staat tot bakker zoals meubel staat tot …
Antwoord: timmerman. De maker: brood wordt gemaakt door een bakker, een meubel door een timmerman.
7. Water staat tot dorst zoals voedsel staat tot …
Antwoord: honger. Water lest dorst; voedsel stilt honger. De verhouding is middel–behoefte.
8. Maand staat tot jaar zoals dag staat tot …
Antwoord: week. Een maand is een deel van een jaar; een dag is een deel van een week. Let op: "uur" is een deel van een dag, dus de verhouding loopt de verkeerde kant op.
9. Moedig staat tot laf zoals gul staat tot …
Antwoord: gierig. Tegenstelling: het tegenovergestelde van gul is gierig.
10. Thermometer staat tot temperatuur zoals weegschaal staat tot …
Antwoord: gewicht. Een instrument en wat het meet. Kilo is de eenheid, niet de grootheid.
11. Regisseur staat tot film zoals dirigent staat tot …
Antwoord: orkest. Een regisseur leidt de uitvoering van een film; een dirigent leidt een orkest. Het gaat om leiding geven aan degenen die uitvoeren, daarom "orkest" boven "concert".
12. Rups staat tot vlinder zoals kikkervisje staat tot …
Antwoord: kikker. Een ontwikkelingsstadium en de volwassen vorm.

Analogieën en taal

Analogieën meten redeneren, maar ze gebruiken woorden, en daarmee spelen woordenschat en moedertaal mee. Wie een analogie niet kan oplossen omdat hij een woord niet kent, heeft geen redeneerfout gemaakt. Goede tests houden daar rekening mee door alledaagse woorden te gebruiken, en door verbale opgaven te combineren met non-verbale, zoals figurenreeksen. Doe een IQ-test daarom altijd in je moedertaal; de gratis IQ-test op deze site is volledig in het Nederlands.

Veelgestelde vragen

Omdat het herkennen van een verhouding en die toepassen op een nieuw geval een kernvorm van abstract redeneren is. Analogieën voorspellen redelijk goed hoe iemand nieuwe, vergelijkbare problemen aanpakt.

Kies het antwoord dat de verhouding het meest precies weergeeft. Bij "hand : handschoen = voet : ?" past "schoen" beter dan "sok", omdat de handschoen het buitenste beschermende kledingstuk is. Testmakers bouwen die nuance bewust in.

Benieuwd naar je eigen IQ?

Doe de gratis IQ-test van 25 vragen en zie direct je uitslag over vijf domeinen

Naar de gratis IQ-test
✓ Gratis✓ Zonder account✓ In het Nederlands

Lees ook

Gerelateerd lezen & vergelijkingen

WAIS vergeleken met andere tests

Wat elke IQ-score werkelijk betekent

Meer informatie